
Pandhuiswet 1910
Artikel 32
1
Tot pand aangeboden zaken, die met duidelijke omschrijving als door diefstal verloren bij de bank zijn aangegeven, worden aangehouden.
2
Daarvan wordt terstond kennis gegeven aan de burgemeester.
3
De in het eerste lid bedoelde zaken worden niet afgegeven dan na schriftelijke machtiging van de burgemeester.
4
Die zaken worden desverlangd aan de justitie verstrekt tegen bewijs van afgifte. Dat bewijs wordt afzonderlijk bewaard.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.